De Sustainable Development Goals (SDG's) zijn zeventien doelen om van de wereld een gezondere, eerlijkere en vreedzamere plek te maken, waarin niemand achterblijft. Nederland heeft samen met andere VN-lidstaten afgesproken deze doelen in 2030 te bereiken. Eind mei werd de Nationale SDG-rapportage 2026 gepubliceerd. Die laat zien waar Nederland in de afgelopen tien jaar vooruitgang op heeft geboekt, maar ook welke grote uitdagingen nog blijven bestaan. In dit artikel gaan we dieper in op de stand van zaken op het gebied van natuur en wat er volgens jongeren nodig is.
Jongeren willen zien dat er iets gebeurt en zelf een steentje bijdragen
Onder jongeren tekent zich een duidelijke spanning af. Meer dan 40% van de jongeren is zeer vaak gestrest (Nationale SDG-rapportage 2026). Die stress heeft te maken met een scala aan maatschappelijke ontwikkelingen, zoals prestatiedruk in het onderwijs (SDG 4), prijsstijgingen, de wooncrisis (SDG 11), discriminatie (SDG 10) en internationale problematiek zoals klimaatverandering (SDG 13) en oorlogen (SDG 10). Dit vraagt om positief en toekomstgericht jeugdbeleid.
De Nationale Jeugdstrategie biedt hier een goede blauwdruk voor, waarbij 12.000 jongeren betrokken zijn bij de ontwikkeling. Ten aanzien van het thema Klimaat & Milieu geven jongeren aan zich massaal zorgen te maken over de invloed van de klimaatcrisis op mens en milieu. Ze voelen zich machteloos en zijn boos op de overheid, omdat die in hun ogen te weinig doet om de klimaatdoelen te halen. Wat ook opvalt, is de sterke behoefte om zelf actief bij te dragen.
Dit is volgens jongeren nú nodig rondom Klimaat & Milieu:
- Laat jongeren zien dat er echt iets gebeurt op klimaatgebied
- Zorg voor strenger beleid en heldere regels
- Creëer meer bewustwording en maatschappelijke betrokkenheid
Nederland loopt achter op natuur en klimaat, maar betrokkenheid is groot
Hoewel 2030 steeds dichterbij komt, is Nederland pas halverwege met het behalen van de SDG's. Met name op het gebied van natuur en klimaat wordt zichtbaar dat Nederland, ook ten opzichte van andere Europese landen, achterblijft. Zo blijven er grote uitdagingen bestaan op het gebied van schoon water en sanitair (SDG 6), klimaatactie (SDG 13), leven in het water (SDG 14) en leven op het land (SDG 15). Ook stagneert de voortgang voor SDG 6, 14 en 15 (Nationale SDG-rapportage 2026).
Tegelijkertijd valt op dat het draagvlak en de betrokkenheid om hier samen aan te werken groot is. Zo bracht het Nationaal Burgerberaad Klimaat, een initiatief van het (toenmalige) Ministerie van Klimaat en Groene Groei, 175 gelote burgers samen om mee te denken over duurzamer eten, reizen en consumeren. Het resultaat? Een impactvol advies met 13 aanbevelingen voor het kabinet en de Tweede Kamer. Het kabinet wil in ieder geval de helft van de aanbevelingen uitvoeren. Over nog eens een kwart neemt het later een besluit.
Daarnaast zet de Rijksoverheid in op de transitie naar een duurzaam en gezond landbouw- en voedselsysteem, natuur en biodiversiteit, bijvoorbeeld met de Agenda Natuurinclusief. In 2025 zijn vanuit dit programma in verschillende sectoren (zoals bouw, landbouw, onderwijs en vrijetijdseconomie) nieuwe samenwerkingen ontstaan en bestaande netwerken versterkt. Koplopers laten zien dat het mogelijk is om in korte tijd tastbare resultaten te bereiken. Deze kennis en voorbeelden worden bijvoorbeeld gedeeld op het platform van Collectief Natuurinclusief, waar zichtbaar wordt hoe natuurpositieve oplossingen opschaalbaar zijn. Dit jaar wordt Agenda Natuurinclusief 3.0 ontwikkeld, die in 2027 van start moet gaan, met focus op de volgende fase van de transitie.
Waar natuur en jongeren samenkomen: het onderwijs
Door in het onderwijs bewust ruimte te maken voor natuur en duurzaamheid benutten we een krachtige kans om te doen wat jongeren willen rondom Klimaat & Milieu: laten zien wat er in de wereld gebeurt op klimaatgebied en meer bewustwording en maatschappelijke betrokkenheid creëren. Daarvoor zijn talloze mogelijkheden. Je kunt met leerlingen en studenten leren over natuur (kennis en begrip van de wereld), in natuur (buitenonderwijs), van natuur (natuur als co-leraar), met natuur (samenwerken met natuurlijke systemen), voor natuur (actiecompetentie voor burgerschap) en als natuur (in verbinding met de menselijke natuur).
Tegelijkertijd draagt deze benadering direct bij aan de Sustainable Development Goals, zoals leven op het land (SDG 15), klimaatactie (SDG 13), leven in het water (SDG 14) en schoon water en sanitair (SDG 6). Door natuur en duurzaamheid te verweven in alle aspecten van de school (visie, curriculum, pedagogiek en didactiek, professionele ontwikkeling, gebouw en bedrijfsvoering, en omgeving) wordt het onderwijs een plek waar deze doelen niet abstract blijven, maar waar je ze in een lokale en bekende context kunt ervaren.
Wat jongeren daarbij verlangen van het onderwijs, is voorwaardelijk: beter opgeleide docenten, meer praktijkgericht onderwijs, minder prestatiedruk, gelijke kansen en echte inspraak in hun onderwijs. Natuur en duurzaamheid in het onderwijs staan niet los van onderwijskwaliteit, maar kunnen daarin juist een rol spelen. In de Staat van het Duurzaam Onderwijs 2026 worden vijf belangrijke trends gedeeld:
- Het klaslokaal vormt een belangrijke oefenomgeving
- Beleid en praktijk lopen niet altijd gelijk op
- Onderwijsprofessionals zoeken elkaar op
- Meer focus op vaardigheden en handelingsperspectief
- Focus verschuift naar onderwijs en onderzoek
Hoe gaan we samen verder vooruit?
Met 2030 in zicht is volgens SDG Nederland de boodschap van de rapportage helder: de basis is gelegd, de samenwerking is sterk en de wil is aanwezig. Maar ambitie alleen is niet genoeg. Gerichte keuzes over natuur, jongeren, internationale verantwoordelijkheid en uitvoerbaarheid zijn nu nodig. Keuzes die nu niet worden gemaakt, worden doorgeschoven naar volgende generaties, tegen hogere maatschappelijke kosten.
Natuurherstel en klimaatbeleid vragen om scherpe keuzes, en jongeren vragen om perspectief en eerlijkheid. Juist in de verbinding tussen die twee ligt een kans: een samenleving waarin leren over en bijdragen aan de wereld niet los van elkaar staan, maar elkaar versterken. Om dit te organiseren is samenwerking onmisbaar, bijvoorbeeld tussen scholen, gemeenten, natuur- en duurzaamheidsorganisaties (NDE) en lokale bedrijven. Of zoals Sjoerd Sjoerdsma, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, het verwoordt in de rapportage: "Het goede nieuws is dat we nog heel ver kunnen komen als we elkaar blijven vinden. De kracht van de SDG-aanpak is de brede samenwerking: elkaar blijven opzoeken en aansporen om vooruitgang te boeken, juist ook als er tegenwind is."

Eva Mientjes