Een hectare bos in het Limburgse Kempen-Broek is onlangs teruggegeven aan de natuur. Het stuk bos is via een notariële akte als het ware van zichzelf geworden: er is geen menselijke eigenaar meer die bepaalt wat er moet gebeuren. Het bos mag zich voortaan zelf ontwikkelen.
Nieuwsuur noemde het een Nederlandse primeur. De casus past binnen een bredere beweging waarin natuur niet alleen wordt gezien als decor, bezit of gebruiksruimte, maar steeds vaker als een belanghebbende met een eigen waarde. Dat zien we bij rewilding, bij discussies over rechten voor de natuur en ook bij de opkomst van de zoöperatie, of zoöp.
Participatie speelt een sleutelrol in duurzame transities
Voor SME is dat interessant, omdat participatieprocessen een sleutelrol spelen in duurzame transities. We organiseren bewonersavonden, begeleiden werksessies en zoeken naar manieren om belangen bij elkaar te brengen. Zo nu en dan doemt echter de vraag op: hoe inclusief zijn onze processen eigenlijk, als er alleen mensen aan tafel zitten?
De zoöperatie biedt een interessant perspectief om die vraag te beantwoorden. Wat kunnen wij leren van deze organisatievorm voor onze dagelijkse werkpraktijk?
Wat is een zoöperatie?
Een zoöperatie is een organisatievorm die lijkt op een coöperatie, maar breder kijkt naar waarde. Naast economische belangen worden ook ecologische en sociale waarden expliciet meegenomen in besluitvorming.
In een zoöp wordt gewerkt met een ‘spreker voor de levenden’: iemand die de belangen van anders-dan-menselijk leven vertegenwoordigt, zoals ecosystemen, dieren, planten, bodem, water of toekomstige generaties. Die stem wordt actief meegenomen in de besluitvorming van een organisatie.
Daarmee is een zoöp nog iets anders dan het Fabusbos. Bij het Fabusbos wordt natuur letterlijk losgemaakt van menselijk eigenaarschap. Bij een zoöp blijft de organisatie gewoon functioneren, maar verandert de manier waarop besluiten worden genomen. In beide gevallen verschuift de blik: natuur is niet alleen iets waarover wij beslissen, maar iets waarmee we rekening houden als volwaardige factor.
Natuur krijgt steeds vaker een plek in besluitvorming
Die ontwikkeling staat niet op zichzelf. In Nederland krijgt natuur formeel nog geen brede juridische rechten, maar er ontstaat wel steeds meer ruimte om natuurbelangen structureel mee te nemen in beleid, participatie en besluitvorming.
Ook gemeenten onderzoeken hoe natuur een stevigere positie kan krijgen. In Gooise Meren werd bijvoorbeeld een motie aangenomen om te verkennen hoe natuur een stem en rechten kan krijgen in gemeentelijk beleid. De gemeente wil onderzoeken hoe natuurbelangen beter kunnen worden meegenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen en andere keuzes die impact hebben op de leefomgeving.
Dat betekent niet dat natuur altijd automatisch voorrang krijgt. Wel betekent het dat keuzes bewuster worden gemaakt. Niet alleen op basis van haalbaarheid, draagvlak of kosten, maar ook op basis van de impact op ecosystemen, biodiversiteit en de lange termijn.
Internationaal zien we vergelijkbare ontwikkelingen, zoals bij de Whanganui River in Nieuw-Zeeland, die juridische rechten kreeg toegekend. Dat gaat verder dan een zoöp: waar een zoöp natuur een stem geeft in besluitvorming, krijgt natuur daar een formele juridische positie. Beide benaderingen laten zien hoe het natuurbelang steeds explicieter wordt meegenomen in hoe we besluiten organiseren.
Wat betekent dit voor participatieprocessen?
De zoöperatie laat zien dat participatie niet alleen gaat over wie je betrekt, maar ook over wat je vertegenwoordigt. In veel trajecten ligt de nadruk op het organiseren van participatie: wie doet mee, wanneer en hoe? De zoöp verschuift die focus naar een andere vraag: welke waarden krijgen structureel een plek in het proces?
Dat verandert de aard van participatie. Het gesprek wordt niet alleen bepaald door de aanwezige stakeholders, maar ook door de perspectieven die bewust worden ingebracht. Besluitvorming draait daarmee niet alleen om draagvlak, maar ook om de impact van keuzes op de lange termijn en op het ecosysteem. Participatie wordt zo minder een losse stap in het proces en meer onderdeel van hoe besluitvorming zelf is ingericht.
De stem van de natuur: een interventie met groot effect
Het idee dat natuur een stem krijgt, klinkt abstract, maar is verrassend praktisch toepasbaar. Je hoeft niet meteen een formele zoöp te worden om ermee te experimenteren.
Dit zijn bijvoorbeeld een paar ideeën die je direct kunt toepassen:
De lege stoel
Zet tijdens een bewonersbijeenkomst een lege stoel neer en benoem expliciet: deze stoel vertegenwoordigt de leefomgeving. Vraag deelnemers: wat zou deze plek “zeggen” over de plannen die we vandaag bespreken?
Perspectiefwissel
Laat deelnemers kort redeneren vanuit een niet-menselijk perspectief. Wat betekent deze gebiedsontwikkeling voor de bij? Voor de egel? Voor de bodem? Voor het grondwater?
Ecologische checkvraag
Voeg standaard een vraag toe aan besluitvorming: wat zijn de gevolgen voor het ecosysteem op de lange termijn? En wie bewaakt dat perspectief?
Een vaste natuurstem in het proces
Wijs in een projectteam iemand aan die expliciet meekijkt vanuit ecologische waarden. Niet als sluitstuk of toets achteraf, maar vanaf het begin van het proces.
Het zijn kleine ingrepen, maar ze helpen om het gesprek te verbreden. Ze maken zichtbaar wat anders vaak impliciet blijft: dat ruimtelijke, sociale en duurzame keuzes ook altijd gevolgen hebben voor het leven om ons heen.
Een uitnodiging om te experimenteren
De zoöperatie is geen pasklaar model dat je één-op-één toepast tijdens elk project in een wijk of gebied. Ook het voorbeeld van het Fabusbos is geen blauwdruk voor hoe we overal met natuur moeten omgaan. Maar het biedt wel een waardevolle les.
Het nodigt uit om anders te kijken naar participatie en besluitvorming. Niet alleen vanuit de vraag: wie zitten er aan tafel? Maar ook: welke stemmen ontbreken? Welke waarden wegen mee? En wat gebeurt er als we natuur niet pas achteraf toetsen, maar vanaf het begin onderdeel maken van het gesprek?
In de praktijk zit de kwaliteit van participatie niet alleen in werkvormen, maar in hoe je het proces inricht. Door bewust ruimte te maken voor ecologische perspectieven, verandert het gesprek. En vaak ook de uitkomst. Dat hoeft niet groot te beginnen. Eén vraag anders stellen kan al verschil maken. Eén extra perspectief toevoegen ook. Zo helpt de zoöperatie om participatie te versterken. Niet als extra stap, maar als onderdeel van hoe je keuzes maakt.
Leestips van participatieadviseur Katinka Schlette
Voor wie zich verder wil verdiepen:
Zoöp – een nieuwe manier van samenwerken
Over het gedachtegoed en praktijkvoorbeelden.
Het Zoönomisch Instituut
Achtergrond en principes van zoöperaties.
Het Nieuwe Instituut
Voorbeelden van organisaties die als Zoöp werken.
DRIFT
Inzichten over transities en systeemverandering.
![]() |
Katinka SchletteAdviseur participatie en onderwijs Katinka houdt zich o.a. bezig met het toekomstbestendig maken van steden, het op creatieve wijze opzetten van duurzame bewonersparticipatie (bottom-up te werk gaan) en het ontwikkelen en faciliteren van inspiratie- en werksessies voor het vormgeven van visies, doelen en samenwerkingen van en tussen teams en organisaties. |

